Recente geschiedenis.


Beschouwingen over 150 jaar liberalisme laat ik over aan geschiedkundigen. Wel wil ik graag enkele brokken uit ruim 50 jaar liberalisme in Tienen aanhalen.
Voor mijn tijdgenoten die nog overleven zal het wellicht een,al dan niet, blijde herinnering betekenen, alleszins een blik op het verleden waaruit misschien lessen voor de toekomst kunnen geput worden. Mijn politieke ervaring begint onmiddellijk na de oorlog 40-45.
De jongeren waren juist na de bevrijding al lid van de liberale jonge wacht. Zeer talrijk en ijverig. met hun eigen lokaal in de Gilainstraat - de Liberty - een nogal ouderwets stamcafe, en toch zeer gezellig, waar de jongeren zich thuis voelden en overtuigd waren dat zij de wereld zouden weder opbouwen, Tienen inbegrepen. De liberale jonge wacht van Tienen was toen, net als de liberale partijzelf, de spit van het jong liberaal leven in gans het arrondissement Leuven. Ik was persoonlijk gedurende een tiental jaren de arrondissementsvoorzitter van de jongeren.Al hetgeen liberaal was in het arrondissement droeg de Tiense stempel. De jonge wacht werd ondertussen omgedoopt in Liberale Jeugd met een reeks onderafdelingen, zoals toneel, volley-ball, ping-pong, zwemafdeling met eigen zwembad (de waterreserve bak van de Tiense Raffinaderij Grimde). Deze laatste afdeling bestaat nog onder de naam van Tiense Zwemmers, overigens totaal zelfstandig geworden, thans onder het voorzitterschap van mijn zoon Marc. Ondertussen werd de Knapzak opgericht, weeral met eigen lokaal in de Beauduinstraat en zelfs een eigen kampingveld (uitgebaat in Bost Kastelweg)
Dit alles betekende een fantastische waaier van activiteiten, die een totale inzet eiste van de leiders. De enorme activiteit hield stand tot onder de laatste liberale volstrekte meerderheid.
Terwijl de jongeren eigen activiteiten zelfstandig ontplooiden in eigen lokalen vergaderde de ouderen van zelfssprekend in het Liberaalhuis. Onmiddellijk na van de bevrijding was volksvertegenwoordiger Charles De Jaegher burgemeester. Een statige conservatieve en autoritaire figuur. Doch een kiescampagne was toen bijna overbodig. De tienenaars stemden blauw uit traditie en Tienen was overigens toen een bloeiende stad met zeer gezonde financiên. Charles De Jaegher werd opgevolgd door Georges Dupont directeur in de Raffinaderij en flamboyante figuur die zich zeer populair wist de maken met het repatriëren van de tienenaars bij het einde van de oorlog 40-45. Hij hoorde tot de grote burgerij, doch wist zich te mengen met al de lagen van de bevolking. Hij beschikte overigens over de middelen om iedereen de helpen, wat hij graag deed. Hij werd opgevolgd door apotheker Edgard Rowie, weliswaar minder populaire doch een onuitputtelijke werkkracht, met een zeer goed georganiseerd dienstbetoon, die hem overigens bracht tot bestendige afgevaardigde van de Provincie Brabant. Bezet door de politiek waar hij de stuwkracht was van alle liberale initiatieven. Toch had hij de tijd gevonden om zich bezigt te houden met zijn hobby: dirigent van de symfonie Heidebloem, waarvan hij gedurende lange jaren de voorzitter was. Terwijl de harmonie Kruisboog (Beaux Arts) werd geleid door zijn collega schepen Fernand Delacroix. Toen Edgard Rowie bestendig afgevaardigde werd benoemd, moest hij het burgemeesterschap overlaten aan zijn collega schepen dokter Léon Lontie, sympathieke en gemoedelijke figuur doch dit scheen niet voldoende te zijn om de volstrekte meerderheid de handhaven, zodat een coalitie SP-C.V.P het roer overnam. Enkele jaren later kwamen de liberalen als P.V.V. terug aan het bewind in een coalitie met de C.V.P.. Deze coalitie kon het niet handhaven ondanks een voorbeeldig beleid met een liberale schepen van financiën die in de stadskas meer dan 300.000.000 f. aan de opvolgers overliet.

Ik hoop dat deze bonte greep uit het verleden een aanleiding zal zijn tot het verder zetten van het liberaal idealisme.

Pierre Honorez